|
Definitie
mennen
Het
rijden met paard en wagen.
Geschiedenis
Tot
80 jaar geleden verplaatste de mens zich alleen maar met paard en wagen.
Tuigpaarden werden gebruikt in oorlogen, landbouw, sport en als vervoersmiddel.
Al
eeuwen lang kende men rij-, trek- en pakpaarden, maar pas in de vijftiende eeuw
kwam daar het koetspaard bij.
Paarden
trokken aanvankelijk met de hals. Pas in het begin van de Middeleeuwen werden
haam- en borstgareel uitgevonden, waarna de paarden hun trekkracht, nu met de
borst en schouder, verdubbelden.
Het
trekvermogen van een paard is groter dan zijn draagvermogen. De grootste
trekkracht bedraagt 67-77% van zijn eigen lichaamsgewicht, terwijl het nog niet
eens 50% van zijn lichaamsgewicht kan dragen.
foto: Bas Keuper
Doel
Bij
de beoefening van de mensport wordt beoogd het paard op afstand te laten
luisteren. De menner heeft alleen contact via de teugels. Alleen met de stem,
zweep en teugels kunnen hulpen gegeven worden.
Trainingsmethoden
Tijdens
de training van het mennen moet het paard leren te reageren op de hulpen van de
menner. Net als bij het paardrijden, leert het paard door beloning. Tijdens de
basis training leren het paard en de menner te communiceren. Wanneer de basis
gelegd is worden de hulpen verfijnd en worden de oefeningen moeilijker.
Benodigdheden
De
menner moet altijd handschoenen en een hoofddeksel dragen. De menner hoort de
menzweep altijd bij zich te hebben. De maat en vorm van de wagen is afhankelijk
van de manier van mennen. Voor de marathon kan bijv. een stevige 4-wielige wagen
nodig, maar bij de dressuur kan een elegante 2-wielige wagen gebruikt worden.
Wedstrijdsport
De
mensport is in verschillende disciplines verdeeld. Een aparte tak van de
mensport is het rijden met tuigpaarden. Het mennen van tuigpaarden, vaak ook het
showen genoemd, vindt in de showring plaats. De nadruk ligt op de fraaie
vertoning en de aankleding van paard(en) en menner. Deze wedstrijden worden in
drie klassen verdeeld: limietklassen, Ereklasse en het Damesnummer.
Net
als bij het "rijden onder de man" bestaat er bij het mennen de
samengestelde wedstrijdsport. Sinds 1969 heeft deze sport steeds meer aan
populariteit gewonnen.
Tijdens
deze wedstrijden moet een dressuurproef, een vaardigheid en de marathon worden
verreden. De dressuur is altijd het eerste onderdeel van de wedstrijd. De menner
moet dan bewijzen dat het paard dressuurmatig is getraind en goed naar de hulpen
luistert. Het tweede onderdeel is de marathon. Bij dit onderdeel is het
belangrijk dat het paard moedig is en een goede conditie heeft. Afhankelijk van
de klasse is de marathon verdeeld in onderdelen. Voor de beginners is de
marathon verdeeld in drie onderdelen: een draftraject, staptraject en het
hindernissentraject. Voor de gevorderde menners zijn er een extra draf en
staptraject voor het hindernistraject. De marathonrit heeft een lengte van ca.
28 km met 6 hindernissen en bestaat uit smalle paden en wendingen tussen bomen
door of afdalingen in meertjes, sloten en dergelijke.
Het
laatste onderdeel is de vaardigheid. Bij dit onderdeel moet de aanspanning een
parcours afleggen. In het parcours staan kegels met los erop liggende balletjes.
Afhankelijk van de klasse waarin de aanspanning rijdt is de afstand tussen de
kegels smaller. Voor beginners is de afstand de afstand tussen de wielen plus 50
cm en voor de hoogste klasse is de afstand de afstand tussen de wielen en 25 cm.
Naast
het rijden met een tuigpaard en de samengestelde wedstrijdsport kan een menner
ook deelnemen aan het concours-rijden en het recreatief-rijden.
Geschiedenis
Deze
sport vond zijn oorsprong op de slagvelden. Sinds 1912 is deze sport een
onderdeel van de Olympische Spelen, maar pas na de oorlog werd het populair.
|